Protocol schorsing

Protocol schorsing en verwijdering van leerlingen
Dit protocol treedt in werking als er sprake is van ernstig ongewenst gedrag door een leerling, waarbij psychisch en of lichamelijk letsel aan derden is toegebracht. Er worden 3 vormen van maatregelen genomen:
• Time-out
• Schorsing
• Verwijdering

Time-out
Een ernstig incident [1] leidt tot een time-out met onmiddellijke ingang. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
• In geval van een time-out wordt de leerling voor de rest van de dag de toegang tot de school ontzegd. Tenzij redelijke gronden zich daartegen verzetten worden de ouders /verzorgers onmiddellijk van het incident en de time-out gemotiveerd op de hoogte gebracht. (Als de ouders niet te bereiken zijn, is het verwijderen uit de klas en opvang elders nog een oplossing. )
• De time-out maatregel kan eenmaal worden verlengd met 1 dag. Daarna kan de leerling worden geschorst voor maximaal 1 week. In beide gevallen dient de school vooraf of -indien dat niet mogelijk is- zo spoedig mogelijk na het effectueren van de maatregel contact op te nemen met de ouders.
• De ouders/verzorgers worden zo spoedig mogelijk op school uitgenodigd voor een gesprek. Hierbij is de groepsleerkracht en een lid van de directie van de school aanwezig.
• Van de het incident en het gesprek met de ouders wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door de ouders voor gezien getekend en in het leerlingendossier opgeslagen.
(PS: de time-out is geen strafmaatregel maar een ordemaatregel in het belang van de school; daarom geen aantekening van de time-out maar van het incident in het dossier van de leerling.)
• De time-out maatregel kan alleen worden toegepast na goedkeuring door de directie van de school.
• De time-out maatregel wordt na toepassing schriftelijk gemeld aan het bevoegd gezag.

Schorsing
Pas bij een volgend ernstig incident, of in het afzonderlijke geval dat het voorgevallen incident zo ernstig is, kan worden overgegaan tot een formele schorsing. De wettelijke regeling voor het Bijzonder onderwijs is hierbij van toepassing. (zie de bijlagen: Wet Primair Onderwijs, artikel 40 en 63).

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
• Het bevoegd gezag van de school wordt voorafgaand aan de schorsing in kennis gesteld van deze maatregel en om goedkeuring gevraagd.
• Gedurende de schorsing wordt de leerling de toegang tot de school ontzegd. Voor zover mogelijk worden er maatregelen getroffen waardoor de voortgang van het leerproces van de leerling gewaarborgd kan worden. (noot 3: Schorsing mag niet betekenen dat het doen van toetsen (denk aan cito-entree of eindtoetsen) wordt belemmerd. Dit vraagt passende maatregelen, bijvoorbeeld het wel tot de school toelaten voor het doen van deze toets. Daarnaast kan het beschikbaar stellen van (thuis)studiemateriaal tot de mogelijkheden behoren.)
• De schorsing bedraagt maximaal 3 weken en kan hooguit 2 maal worden verlengd. (noot: wezenlijk is dat de schorsing aan een maximum termijn gebonden is; zij mag geen verkapte verwijdering worden; de termijn is zo gekozen dat in het ernstigste geval de school voldoende tijd ter beschikking heeft om een eventuele verwijderingsbeslissing op zorgvuldige wijze voor te bereiden.)
• De betrokken ouders/verzorgers worden door de directie uitgenodigd voor een gesprek betreffende de maatregel. Hierbij dienen nadrukkelijk oplossingsmogelijkheden te worden verkend, waarbij de mogelijkheden en de onmogelijkheden van de opvang van de leerling op de school aan de orde komen.
• Van de schorsing en het gesprek met de ouders wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door de ouders/verzorgers voor gezien getekend en in het leerlingendossier opgeslagen.
• Het verslag wordt ter kennisgeving verstuurd aan:
– Het bevoegd gezag
– De ambtenaar leerplichtzaken
– De inspectie onderwijs
• Ouders kunnen beroep aantekenen bij het bevoegd gezag van de school. Het bevoegd gezag beslist uiterlijk binnen 14 dagen op het beroep.

Verwijdering
Bij het zich meermalen voordoen van een ernstig incident, dat ingrijpende gevolgen heeft voor de veiligheid en/of de onderwijskundige voortgang van de school, kan worden overgegaan tot verwijdering. De wettelijke regeling voor het bijzonder onderwijs is hierbij van toepassing

(artikel 40 lid 1, eerste volzin en lid 5 en 6 en artikel 63 lid 2 en 3 van de Wet op het Primair Onderwijs).
Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
• Verwijdering van een leerling van school is een beslissing van het bevoegd gezag.
• Voordat men een beslissing neemt, dient het bevoegd gezag de betrokken leerkracht, de directie en de ouders te horen. Hiervan wordt een verslag gemaakt wat aan de ouders ter kennis worden gesteld en door de ouders voor gezien wordt getekend.
• Het verslag wordt ter kennisgeving opgestuurd naar
– De ambtenaar leerplichtzaken
– De inspectie onderwijs
• Het bevoegd gezag informeert de ouders schriftelijk en met redenen over het voornemen tot verwijdering, waarbij de ouders gewezen wordt op de mogelijkheid van het indienen van een bezwaarschrift.
• De ouders krijgen de mogelijkheid binnen zes weken een bezwaarschrift in te dienen.
• Het bevoegd gezag is verplicht de ouders te horen over het bezwaarschrift.
• Het bevoegd gezag neemt een uiteindelijke beslissing binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
• Een besluit tot verwijdering is pas mogelijk nadat een andere basisschool of een andere
school voor speciaal onderwijs is gevonden om de leerling op te nemen of dat aantoonbaar is dat het bevoegd gezag, gedurende acht weken, er alles aan heeft gedaan om de leerling elders geplaatst te krijgen.

 

[1]

– het regelmatig niet willen luisteren naar de leerkrachten;
– weigeren deel te nemen aan schoolactiviteiten;
– een grote mond hebben of brutaal zijn; beledigen, vloeken, schelden, bedreigen;
– agressief gedrag, vechten, slaan en schoppen; het vertonen van pestgedrag;
– vandalisme, vernielingen, diefstal;
– regelmatig te laat op school komen.