Visie Jenaplan

Waar de school voor staat

Jenaplanonderwijs

Ontstaan
Jenaplanonderwijs komt voort uit de ideeën van Peter Petersen. Tussen 1920 en 1950 ontwikkelde hij op de universiteitsschool in het Duitse stadje Jena een schooltype in de vorm van een leef- en werkgemeenschap. In ons land werden zijn opvattingen aangepast aan de eigen situatie en vormden zo aanleiding tot de ontwikkeling van Jenaplanscholen. Inmiddels zijn er meer dan 200 Jenaplanscholen. Jenaplanscholen werken vanuit dezelfde 20 uitgangspunten. Jenaplanonderwijs is geen star gegeven, maar staat open voor nieuwe ideeën en daarom zal er altijd een ontwikkeling zijn om vernieuwing van onderwijs gestalte te geven.

Uitgangspunten
De Krullevaar is een christelijke basisschool. Het christelijke karakter wordt vormgegeven in de wijze waarop we samen leven en leren met de Bijbel als uitgangspunt en inspiratiebron. De christelijke identiteit is daarom sterk gerelateerd aan de pedagogische en didactische identiteit van de school. De identiteit van de Krullevaar wordt in deze brede betekenis gestalte gegeven door middel van het Jenaplanconcept.
Jenaplanonderwijs is gebaseerd op 20 basisprincipes.

In het Jenaplanonderwijs staat niet de leerstof, maar het kind centraal. Ieder kind is uniek, ontwikkelt zich op geheel eigen wijze, heeft eigen unieke talenten en een eigen leerstijl.

  • Dit betekent voor ons, dat er een leef- en werkgemeenschap ontstaat:
    – waarin aandacht is voor de basisbehoeften van kinderen, zoals:
    – zorg voor hun gezondheid, beweging, structuur en duidelijkheid,
    – veiligheid, geaccepteerd zijn, de behoefte aan uitdaging en creativiteit;
    – waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen:
    – ontwikkeling van hoofd (verstandelijk), hart (sociaal-emotioneel) en handen (creatief).
  • De basis hiervoor is, dat er sprake is van welbevinden en betrokkenheid;
    – waarin bij het leren wordt uitgegaan van verschillen tussen kinderen:
    – verschillen in inzicht, interesse en tempo, enz.;
    – waar ruimte is voor eigen leervragen van kinderen;
    – waar kinderen worden gestimuleerd naar hun beste kunnen te presteren en dan niet alleen bij lezen, rekenen en schrijven, maar ook op andere gebieden: samenwerken, elkaar helpen, iets moois maken, iets organiseren, goed naar anderen kunnen luisteren en zelf je gedachten kunnen verwoorden;
    – waarin kinderen zelfstandigheid en weerbaarheid ontwikkelen;
    – waar je leert zorg te hebben voor de ander en het andere (omgeving);
    – waar kinderen leren omgaan met hun eigen mogelijkheden en onmogelijkheden;
    – waar kinderen leren op een rechtvaardige en respectvolle manier met verschillen en tegenstellingen om te gaan.